Zoeken
  • wabvdhoreca

De ketenregeling in de horeca

Je bent werkzaam in de horeca op basis van een contract voor bepaalde tijd. Je doet goed je best en krijgt een nieuw (tijdelijk) contract aangeboden. In deze situatie vraag je je af of een contract voor onbepaalde tijd in het verschiet ligt. Dit heeft te maken met het fenomeen de ketenregeling en zal in dit blog worden uitgelegd.


Er geldt een maximum aan het aantal tijdelijke arbeidscontracten die achtereenvolgens gesloten kunnen worden voordat er een contract voor onbepaalde tijd tot stand komt. Dit is de zogenaamde ketenregeling. De weg naar het contract van onbepaalde tijd kent twee afzonderlijke wegen.


  1. Vanaf de dag dat tijdelijke arbeidsovereenkomsten tot stand zijn gekomen tussen jou en je werkgever en deze overeenkomsten elkaar hebben opgevolgd waardoor een periode van 3 jaar is overschreden, zonder dat een werkonderbreking van langer dan 6 achtereenvolgende maanden heeft plaatsgevonden.

  2. Is er sprake van drie arbeidscontracten van bepaalde tijd, dan is het vierde contract een contract voor onbepaalde tijd. Wel moet er dan niet meer dan 6 maanden tussen de contracten hebben gezeten.

De wetgever heeft besloten dat er middels een collectieve arbeidsovereenkomst (cao) afgeweken kan worden van de wettelijke regeling. Echter, de geldende cao horeca- en aanverwante bedrijf wijkt niet af van het bepaalde in de wet. Het vorenstaande is dan ook van toepassing op de horeca.


De ketenregeling is gewijzigd door de Wet arbeidsmarkt in balans (WAB) per 1 januari 2020. Vóór 2020 gold er andere ketenregeling (tijdelijke arbeidsovereenkomsten die achtereenvolgens een periode van 2 jaar overschreden in plaats van 3 jaar) die onder meer van toepassing was uit de Wet werk en zekerheid (WWZ). De regeling uit de WAB heeft directe werking. Dit betekent dat een arbeidscontract voor bepaalde tijd, die tot stand is gekomen vóór 1 januari 2020, toch de ketenregeling uit de WAB van toepassing is.


Om een beeld voor jou te schetsen worden hieronder een aantal voorbeelden gegeven. Voorbeeld 1: 1. een tijdelijke arbeidsovereenkomst voor de duur van 6 maanden van 1 juli 2018 tot 1 januari 2019,

2. een tijdelijke arbeidsovereenkomst voor de duur van 6 maanden van 1 januari 2019 tot 1 juli 2019,

3. een tijdelijke arbeidsovereenkomst voor de duur van anderhalf jaar van 1 juli 2019 tot 1 januari 2021.


In dit geval is geen vast contract tot stand gekomen. Weliswaar is de periode van 2 jaar overschreden, maar door de WAB ontstaat pas een vast contract als een periode van 3 jaar voorbij is.


Voorbeeld 2:

1. een tijdelijke arbeidsovereenkomst voor de duur van 1 jaar van 1 oktober 2017 tot 1 oktober 2018,

2. een tijdelijke arbeidsovereenkomst voor de duur van 1 jaar van 1 oktober 2018 tot 1 oktober 2019,

3. een tijdelijke arbeidsovereenkomst voor de duur van 1 jaar van 1 oktober 2019 tot 1 oktober 2020.


In het tweede voorbeeld is daarentegen wel sprake van een vast contract. De derde arbeidsovereenkomst wordt namelijk gesloten vóór 1 januari 2020 en daarmee is de periode van 2 jaar overschreden. De oude wetgeving uit de WWZ is nog van toepassing.

36 weergaven0 opmerkingen

Recente blogposts

Alles weergeven