Zoeken
  • wabvdhoreca

Payrolling

Wat is payrolling?

Payrolling lijkt erg op de huidige uitzendkrachten. Een werknemer heeft namelijk twee werkgevers; de materiële en de formele. De formele werkgever is de payrollonderneming, die vooral de administratieve kant van een payroller op zich neemt zoals de loonbetalingen, de afdrachten van premies en het contractbeheer. De materiële werkgever is dan de opdrachtgever die is belast met de leiding en toezicht van de medewerker.


Maar wat is dan precies het verschil tussen payrolling en uitzendkrachten? Ze lijken namelijk erg op elkaar en er is in beide manieren sprake van een driehoeksverhouding. Het grootste verschil is dat payrolling niet gedefinieerd is in de wet en uitzendkrachten wel. Een groot verschil is ook dat de uitzendkrachten in grote lijnen voor een tijdelijk en kort dienstverband ingezet worden en payrollers doorgaans voor een vast en langdurig dienstverband ingezet worden.


Voor- en nadelen payrolling (werknemer)

De voordelen voor de werknemer met een payrollingdienstverband zijn:

- Gezien het feit dat salaris- en personeelsadministratie de zogenoemde ‘core business’ is (waar het bedrijf zich dus hoofdzakelijk mee bezighoudt), zijn de salarisbetalingen altijd op tijd en correct.

- Payrollmedewerkers genieten veel zekerheid. Zo hebben zij ook recht op doorbetaling bij ziekte, vakantiedagen en collectieve (sociale) verzekeringen.

- Payrollbedrijven betalen de payrollmedewerker volgens de cao. In deze cao staat de zogenoemde inlenersbeloning, wat wil zeggen dat de payroller een gelijk loon krijgt als de vaste medewerker.


De nadelen voor de werknemer met een payrollingdienstverband zijn:

- De materiële werkgever kan zonder opgaaf van reden de payrollovereenkomst stoppen. Het is daarna de taak van de materiële werkgever om er voor te zorgen dat de payroller vervangend werk krijgt of dat ontslag (grond A van artikel 7:669 lid 3 van het Burgerlijk Wetboek; bedrijfseconomische reden) gaat volgen.

- Een van de voordelen was dat de payroller een gelijk loon krijgt als dat van de vaste werknemer. Dit geldt helaas niet voor de secundaire arbeidsvoorwaarden. Het kan dus voorkomen dat een vaste werknemer een telefoon, auto en tablet van de zaak heeft en de payroller niet.

- Afhankelijk van het bedrijf waar de payroller wordt geplaatst, kan het gebeuren dat de payroller minder binding voelt met zijn werkgever. Er is toch sprake van een andere werkgever en zoals hierboven vermeldt misschien ook wel een verschil in secundaire arbeidsvoorwaarden.


Payrollcontract

Zoals al eerder genoemd is er sprake van een driehoeksverhouding; Het payrollbedrijf sluit een arbeidsovereenkomst met de werknemer, dat is het payrollcontract. De werknemer is daardoor dus in dienst bij het payrollbedrijf. De payrollmedewerker ontvangt zijn salaris, vakantiegeld, loonstroken, jaaropgaven en dergelijke dus van het payrollbedrijf. Payrollmedewerkers vallen sinds 1 januari 2015 onder de Wet Werk en Zekerheid (WWZ). Dat wil zeggen dat ze sinds de inwerkingtreding van die wet de zelfde ontslagbescherming hebben als de vaste medewerkers.


Situatie na inwerkingtreding van de Wet arbeidsmarkt in balans (WAB)

Voor 2020 viel de payroller volledig onder de regels van de uitzendovereenkomst. Na 1 januari 2020, dus naar aanleiding van de WAB, worden er in de wet aparte regels opgenomen voor payrollovereenkomsten. Hierdoor gaan er concreet drie dingen veranderen door de WAB, namelijk:

- Meer rechten voor payrollwerknemers

Vanaf 1 januari 2020 is het bij payrollwerknemers niet meer mogelijk om gebruik te maken van de bijzondere regels die gelden voor uitzendkrachten. Zo zullen de wettelijke regels rond de ketenregeling die bij de werkgever van toepassing is ook gaan gelden voor de payroller. Ook kan bij payroll geen beroep meer worden gedaan op het uizendbeding.

- Minimaal dezelfde arbeidsvoorwaarden als vaste werknemers

Met de ingang van de Wet Arbeidsmarkt in Balans krijgt een payroller minimaal dezelfde arbeidsvoorwaarden als de vaste werknemers. De payroller heeft dus ook recht op de 13e maand, vakantiedagen, scholingsregelingen, verlofregelingen en andere arbeidsvoorwaarden.

- Minimaal dezelfde rechtspositie als vaste werknemers

Een payroller heeft vanaf 2020 recht op een ‘adequate pensioenregeling’. De werkgever kan hier op twee manieren voor zorgen; door de pensioenregeling die al geldt bij de werkgever of het payrollbedrijf treft een eigen pensioenregeling. Als de payroller zelf voor een pensioenregeling zorgt, dan moet deze minimaal bestaan uit:

· De payroller bouwt vanaf de eerste werkdag pensioen op zonder wachttijd of drempelperiode

· Naast de pensioenregeling moet er ook een nabestaandenpensioen geregeld worden

· De premie die de werkgever betaalt moet minimaal de normpremie zijn.

17 weergaven0 opmerkingen

Recente blogposts

Alles weergeven